Tij Kools Archief

 Foto's, © Copyright & E-mail: tij@tijkools.nl

 

Mensen "Rondom de Peelrandbreuk"
_____________________________________________________________________________________________________________________________

Grardje Kivits alias Grard Sientje
Helenaveen 1893 - Zeilberg 1978

 


 

Met zijn honden en geiten deelde hij zijn huisje in Zeilberg

Met 3 klassen lagere school wel een leven lang gelezen

 
 

Grardje Kivits heette in de volksmond Grard Sientje. Aan  die naam was hij ook gewend. De voornaam van zijn moeder was Sientje, vandaar. Grardje werd  zelfs, als uitzondering, in Antoon Coolens' roman "Peelwerkers" bij zijn echte voornaam genoemd.
De roman had kwaad bloed gezet bij de familie van Grardje, omdat Coolen geen blad voor de mond genomen had bij het schrijven. Wekenlang na het verschijnen van de roman hebben ze op de loer gelegen om Coolen een flink pak rammel te geven, maar deze zorgde er wel voor om een tijd lang  uit de buurt van de Kivitten te blijven.
Grardje leefde tot de Tweede Wereldoorlog uitbrak lang in plaggen hutten op de hei (Sientjes Hei) in het peeldorp Zeilberg. Moeder Sientje van Dongen en vader Frans Kivits hadden elkaar leren kennen in het peeldorp Helenaveen waar ook Grardje geboren werd op 29 maart 1893. Een ram dus en dat kon je wel merken in gesprekken met hem.

Links op de foto, zittend op een kruiwagen, Grardje Kivits. Daarnaast de heer en mevrouw Moes, buren van Grardje, die ook
in een plaggenhut woonden.
[Foto uit verzameling van Grardje Kivits]
 

Toen er in 1976 een klein boekje over hem verscheen was dat aanleiding voor Tv-man Huub Mans van "Gewest tot Gewest" om een kwartiertje zendtijd aan deze zonderling te besteden.
Het gevolg was wel dat enkele duizenden mensen die de uitzending op Tv gezien hadden zich tijdens de weekeinden richting Zeilberg begaven. Grardje huisde daar als enige bewoner aan de Pollenweg met zijn honden en geiten. Bij zijn dood in 1978 liepen er binnen en buiten zijn bedoening 36 hondjes rond.
Het volk dat bij hem aandeed  bestond hoofdzakelijk uit kinderen, huisvaders en moeders die niet goed wisten hoe ze de zaterdag of zondag moesten doorbrengen. Maar ook nonnen lieten zich zien, en dat niet alleen, ze brachten een enorme schaal koude schotel voor Grardje mee zodat hij eens lekker kon smullen. Op Tv hadden  ze Grardje horen zeggen dat hij het doorgaans bij brood hield, zoals ook zijn honden en  aan het maken van warm eten kwam hij niet toe. Het bracht teveel rompslomp met zich mee.

 


Op zaterdag en zondag stonden de straten bij hem in de buurt vol met
geparkeerde auto's van bezoekers die dat manneke wel eens in
het echt en van dichtbij wilden zien.

 

Op zekere dag kreeg hij genoeg van al dat volk en verlangde hij weer naar de rust van voor al die drukte. Er werd een bord opgehangen met "Verboden toegang", maar sommigen deerde dat niet. Die waren zo nieuwsgierig, dat ze het slot van Grardje's voor en achterdeur openbraken als hij niet thuis was om nog snel een glimp op te vangen van het interieur zoals van de slaapkamer, de kelder en zo al meer.
Ook de Duitse Tv had lucht gekregen van hetgeen zich daar in het Deurnese Zeilberg afspeelde en kwam over met een hele ploeg. Toen ze vertrokken stopte een van hen Grardje een 2-markstuk toe wat hij leuker vond dan al dat gedoe om hem heen.

 

Aan de voorkant van zijn huisje was het niet minder druk. In rijen stonden ze op hun beurt te wachten tot ze naar binnen konden aan de
voor of achterkant.
 

In de spoorsloot
Ooit,  toen er weer eens brand was uitgebroken in de plaggenhut waar Grardje woonde, en zowat de hele hut in vlammen opging, kwamen ze in de spoorsloot terecht. Over de inboedel werd een zeil gespannen zodat het in ieder geval niet binnen kon regenen. Tegen natte voeten werd er planken op de bodem gelegd. Volgens Grardje was het er, ondanks de ongemakken, toch wel plezierig wonen. Electriciteit hadden ze voor die tijd ook al niet gehad in de plaggenhut en in de grammofoon zat gewoon een veer die je met een handeltje kon opdraaien na een of twee 78-toeren platen gedraaid te hebben.
Ze zaten ongeveer tegen het spoor aan en dat hadden de stokers op de stoomtreinen meteen in de gaten. Iedere keer als er een trein voorbij kwam gooiden ze een schop kolen van de trein in de buurt van het onderkomen van de familie Kivits zodat die de brandstofvoorraad mooi op peil kon houden.
Een ploeg arbeiders van 'het spoor'  kon de situatie, waarin de familie terecht gekomen was op den duur niet langer aanzien en bouwden op één zaterdag een complete nieuwe plaggenhut op de heide voor Grardje en diens familie.
Eerder  had bij een brand in de Pannenschop, de historicus Hendrik Ouwerling zich al ingezet voor de familie zodat ze een andere woonruimte kregen.      [op de foto onder: vader Kivits voor de plaggenhut]

  

 

Motorrijden
Een lange dikke jas aan, en pet op en puntklompjes aan met een stevige riem daar overheen gespannen. Niks geen helm op en schoenen aan. "Zo heb ik altijd al motor gereden en ik blijf dat doen en zo'n ding (Helm) op mijn kop wil ik niet".

Motor rijden was zijn lust en zijn leven. De schuur stond er vol mee. Van oude wrakken tot exemplaren  waarmee  hij nog op de weg kon.
De laatste jaren van zijn leven reed hij hoofdzakelijk op zijn BMW. Die was eigenlijk te zwaar voor hem, want Grardje woog maar 54 kilo en het was moeilijk manoeuvreren  met zo'n zwaar ding.

Hier is Grardje op bezoek geweest op de Heuvel in Deurne
 

Voor het ophalen van goederen koppelde hij het zijspan aan de BMW
 


Van kinds af aan hield hij van zwemmen en hij dook ook nog op hoge
 


leeftijd het water in. Vooral als wasbeurt vond hij het belangrijk.
 


Sientje van Dongen, echtgenoot Frans Kivits en zoon Grardje

Helenaveen
Sientje van Dongen, zoals ze van huis uit heette, had Frans Kivits leren kennen in het dan nog jonge peeldorp Helenaveen.
Sientje was daar terecht gekomen met haar moeder en haar  jonger broertje Sjengske die op zeer jeugdige leeftijd zou overlijden.
Haar moeder was met de twee kinderen naar Helenaveen gekomen omdat haar man, Jan van Dongen,  te veel naar de fles greep. In Helenaveen woonde familie, dus de keuze was snel gemaakt.
Later zou Jan van Dongen zich toch weer bij zijn gezin voegen, na eerst beloofd te hebben zich beter te gedragen  en de fles voortaan met rust te laten. Sientje groeide er volgens Grardje onbezorgd op, maar ze liet  af en toe wel merken dat ze niet verlegen en ook niet bang was, want toen haar broertje een keer klappen had gehad van Spillebeen, dat was de scheldnaam van onderwijzer Van de Kerkhoff, gooide ze hem zo de Helenavaart in.
Sientje trouwde met Frans Kivits en Grardje werd daar geboren. Toen hij nog maar een klein manneke was verhuisde het gezin naar Deurne en zo zou  Deurne  het bekendste dorpspersonage uit haar geschiedenis in haar midden krijgen.

Sientje kon dansen als geen ander. Ze leerde thuis ook de kinderen dansen. Met Deurne kermis betrad ze, samen met Grardje, de prachtige danstent en iedereen keek dan naar het tweetal. Meestal danste ze met Grardje, want beiden waren goed op elkaar ingespeeld.

Ook de zweefmolen op de kermis was in trek bij Sientje, want op hoge leeftijd gilde ze nog vanuit haar stoeltje: "harder, harder". 
 

   



 

Hier kun je terug naar de Index