|
De
Kluijtmansen woonden midden in de Peel, in de buurt van
het Soemeer. Het waren volgens archiefstukken in vroeger
tijden wolvenjagers.
Leo Kluijtmans, die als pseudoniem ook wel de naam Louis
van Meereveld gebruikte was als kind een dromerig type.
Van zijn moeder hoefde hij ook niet mee te helpen met
het zware peelwerk omdat hij als kind nogal aan de
tengere kant was. Dikwijls stond hij dan op een hoek van
hun huis de Peel in te staren. Hij werd gestimuleerd om
te lezen en dat werd dan ook veel gedaan bij de familie
Kluijtmans.
Toen Leo Kluijtmans 4 jaar oud was gebeurde er iets
spectaculairs in de Peel. Bij het turfsteken stootte
Gebbel Smolenaars uit Meijel op de 'Gouden Helm'. Een
vondst die tot op de dag van vandaag nog te bewonderen
is in het Museum van Oudheden in Leiden. Het scheen aan
de 4-jarige voorbij te gaan, maar later hoorde hij van
zijn ouders dat hij perse mee wilde met de duizenden die
de vindplek gingen bezoeken en om te kijken of er
mogelijk nog iets meer te vinden was, want de goudkoorts
was uitgebroken daar ver weg ergens in de Peel. Zeker
is, dat Leo toen niet naar de plek ging.
Op de plaats waar de helm gevonden was, werden ook nog
wat andere spullen gevonden zoals schoenen, een
behoorlijk aantal Romeinse munten en een mantelspeld.
|
Kleine Leo vergat het gedoe rondom de helm
en leefde zijn leven verder in de Peel,
totdat er 50 jaar later tijdens een grote
veenbrand plotseling iets met hem gebeurde.
Er ging als het ware een lichtje bij hem
branden. Zelf noemde hij het: “ik kreeg daar
ineens een enorme opdonder vanuit de
geestenwereld”. Hij werd door een vreemde kracht
aangetrokken om naar de plek toe te gaan en
vond daar onder meer een steen in de
versmeulde as.
Vanaf die tijd liet het hem niet meer los.
Dag en nacht was hij er mee bezig. Bijzonder
waren de visioenen met mysterieuze
nachtelijke bezoekers die hem opzochten aan
de Grashoekseweg als gewone mensen in een
diepe slaap van hun nachtrust genoten, hem
boodschappen doorgaven en meenamen naar de
'vierde dimensies'. Hij kreeg allerlei
boodschappen door, maar daar bleef het niet
bij. Ook overdag gebeurde er niet alledaagse dingen. Auto's zonder chauffeur reden langs
zijn huis en alle boze machten en krachten
schenen het op hem gemunt te hebben, maar
dit alles deerde hem niet. Een doornappel
sprong spontaan voor hem open en de zaden
waren veranderd in ogen die hem aankeken.
Zijn belevenissen zette hij op papier en
werden bij hem thuis op zijn eigen
drukpersje in tal van pamfletten, folders en
boekjes gedrukt en het land in gestuurd.
Kranten, tijdschriften, radio en tv liepen
de deur plat bij hem en hij werd bezocht
door wetenschappers. Hij hield lezingen voor
plattelandsvrouwen en studenten van
universiteiten. Op zijn verjaardagen liep
het huis vol met volk van allerlei pluimage
en van hoog tot laag. Hij schoof aan als
speciaal genodigde bij een grote VPRO
tv-uitzending en kende geen schroom om
ergens voor het voetlicht te treden. |

|
De helm zelf bleek een zilveren
vergulden helm te zijn; een van
de
mooiste exemplaren ooit
gevonden. |
|
|
 |
Na
zijn vreemde belevenissen in 1960 was
Kluijtmans er bang voor dat de plek waar de
helm gevonden was, zoals zoveel in de Peel,
ontgonnen zou worden. Daarom schreef hij,
vroeg in de jaren zestig, een verzoekschrift
aan de minister om niet het hele spul om te
ploegen en nog iets van het gebied over te
houden. Hij kreeg een vriendelijk schrijven
van de minister terug, maar deze beloofde
niet om definitief een einde te maken aan
het verder aantasten van het gebied. Daartoe
zouden pas de eerste stappen gezet worden in
de jaren zeventig.
Op Ton van Reen na was hij het meest
geïnterviewde personage in de Peel.
Leo Kluijtmans noemde zich ook wel "De Witte
Magiër" of "De Ziener uit de Peel". Hij
maakte zo nu en dan een gedicht, soms met
een erotisch tintje.
Ook verzamelde hij werktuigen uit de steentijd. Hij kende de
plekken in de Peel waar lang voor hem, in een ver verleden mensen
hadden gewoond, gewerkt en op jacht gingen . Samen met
zijn vrouw Marie bezocht hij de vindplaatsen om te zoeken en zo
ontstond een prachtige verzameling met mooie
exemplaren. Op die vondsten kwam weer een ander soort
volk af zoals archeologen en professoren.
Hij schonk de gemeente Deurne vijf van zijn mooiste
pijlpunten, maar later bleken die verdwenen te zijn. Leo
Kluijtmans deed de toezegging om zijn complete
verzameling onder te brengen in de “Pelikaan”in Deurne,
maar zoals bekend gingen de plannen om daar een groot
cultuurpand van te maken niet door en schonk hij ze aan
een andere gemeente.
Leo Kluijtmans schreef onder andere:
“De Gouden Helm”, “Witte magie”, “Spokerijen in de Peel”
en “De Witte Dame”.
|
|