|
Op 13 mei 1902 bracht de Commissaris van
de Koningin een werkbezoek aan Deurne.
De nu volgende tekst is een gedeelte uit
het verslag dat hij maakte naar
aanleiding van dat bezoek: |
“Ik vernam van B en W dat de gemeente geen
vrouwen of meisjes in de venen laat werken. De
verschillende Maatschappijen - ook Helenaveen -
doen dat wel; zij gebruiken jonge meisjes voor
turfdragen, turf verzetten enz. Men meent dat
het werken in de veenderij, zonder eenige
beschutting tegen weer en wind, voor de meisjes
zeer ongezond is, en dat haar zulks als
getrouwde vrouwen later opbreekt. Een turfgraver
heeft zwaren, moeilijken en ongezonden arbeid;
hij staat den ganschen dag in het water in een
kuil; hij heeft geen gelegenheid om zich tegen
weer en wind te beschutten; alleen des zomers is
zijn arbeid minder ongezond. Vele plotselinge
sterfgevallen komen er voor onder de
turfgravers. Werkt hij van zonsopgang tot
zonsondergang, dan kan hij soms wel ruim f 3,-
verdienen”.
Bron: Docu- Data-Deurne.
De staking in Helenaveen in 1919
In 1919 brak er een grote staking uit bij de
Mij. Helenaveen. De arbeiders gooiden het werk
plat. De staking was hoofdzakelijk gericht tegen
de directeur van het bedrijf, Adriaan Bos. Onder
de hele bevolking was grote sympathie voor de
stakers en ze ondervonden dan ook veel steun.
Achter de stakers stond ook onderwijzer J.P. van
de Kerkhof. Een sociaal zeer bewogen man die de
stakers zoveel mogelijk steunde en brieven voor
hen schreef. Ook onderhield hij de kontakten met
de pers en allerlei instanties. Op verzoek van
de Burgemeester van Deurne (Van Beek) stuurde
hij deze gegevens over de staking.
”Geachte Heer Burgemeester,
Hierbij het gevraagde. We hebben er heel wat
moeite voor gedaan. Meen nu niet dat we
uitgeput zijn. Al het beschrevene zou nog
aangevuld kunnen worden en met tal van
voorbeelden geïllustreerd. Wij meenden het
echter hierbij te kunnen laten. Tot elke
inlichting of nadere omschrijving gaarne te Uwer
beschikking.
Hoogachtend,
J.P. van de Kerkhof"
Het had er min of meer de schijn van dat de
Burgemeester van Deurne enige sympathie had
richting stakers. Ook al deed Deurne niet veel
meer voor de arbeiders in haar
gemeentelijk veenbedrijf. In 1923
kreeg de gemeente Deurne immers zelf een staking
over zich heen door de slechte situatie waarin
de eigen arbeiders bij haar veenbedrijf zich
bevonden.
Deurne had tientallen jaren op min of meer
vijandelijke voet gestaan met de maatschappij in
Helenaveen en de verhouding tussen burgemeester
Van Beek en Bos, de directeur van de
maatschappij in Helenaveen, was ook bepaald niet
wat het zou behoren te zijn. Van Beek die de
commissarissen van de Maatschappij aanbood om te
bemiddelen, kreeg op 18 augustus 1919 het
volgende schrijven van Bos:
.
“Mijnheer!
Hiermee heb ik de eer u het volgende mede te
delen.
De heer president commissaris der Mij.
Helenaveen stelt mij in kennis dat u u tot
heeren commissarissen der Mij. Helenaveen hebt
gewend en aan deze uwe bemiddeling hebt
aangeboden inzake de werkstaking bij de Mij.
Helenaveen; ik moet u er op wijzen, dat de
verantwoordelijke leiding der zaken der Mij.
Helenaveen berust bij de directie der Mij. en
niet bij de heeren commissarissen.
Verwijzende naar het laatste telefonisch
onderhoud, hetgeen u met mij als directeur der
Mij. Helenaveen gehad hebt en sprekende over de
werkstaking alhier hebt u u van ene
uitdrukking bediend, die ik niet zou verwacht
hebben van iemand in uwe positie.
Het zal u dan ook wel verwondering baren dat ik
van uwe aangeboden bemiddeling inzake de
werkstaking beslist geen gebruik wensch te maken
en het daarom onnoodig vind met u van gedachten
te wisselen over de benoeming van een
scheidsgerecht in deze.
Hoogachtend,
A. Bos – Directeur Mij. Helenaveen.”
De staking was dus in hoofdzaak gericht tegen
directeur Bos. De druppel die de emmer deed
overlopen was een nieuw contract dat Bos voor de
arbeiders wilde invoeren. Dat hield onder meer
in, dat ook de vrouwen en kinderen van de
arbeiders die in dienst waren van de
maatschappij ter beschikking zouden staan van de
maatschappij. De mensen werden ook voor de
minste of geringste kleinigheid uitgevloekt door
de directeur. "Die het nooit ondervond" schreef
de strijdbare onderwijzer Van de Kerkhof, "kan
er zich geen voorstelling van maken". De bazen
trouwens, stonden aan dezelfde behandeling bloot
en dat in tegenwoordigheid van anderen. Bos
kauwde hun spraak en gewoonten na. Ook werden de
loonovereenkomsten niet nagekomen door de
directie.
Bij een metselaar die in zijn vrije tijd een
schuurtje had aangenomen en daarmee acht gulden
had verdiend, werd op het einde van de week dat
bedrag van zijn loon ingehouden omdat hij in die
week meer verdiend zou hebben dan zijn
eigenlijke loon, zo kreeg hij te horen.
Twee arbeiders, die een nieuwe plank gebruikten
omdat ze de oude niet konden vinden, werd bij
uitbetaling van hun loon, vijftig cent
ingehouden.
……………………….
Een arbeider, die in moeilijke huiselijke
omstandigheden verkeerde, verzocht in plaats van
f 3,-- per week wat minder van zijn loon in te
houden. Hij kreeg te horen: "Ik zal je leren, je
met de zaken van de maatschappij te bemoeien en
zal voortaan f 4,-- van je loon inhouden."
Tijdens Kerstavond 1916 liet de directeur een
brug over de Helenavaart, die daar sinds 60 jaar
had gelegen en een der voornaamste overgangen
over het kanaal vormde, wegnemen met als gevolg
dat er op Kerstmorgen in alle vroegte en toen
het nog pikdonker was, 300 kerkgangers voor het
open kanaal stonden. De kerkgangers moesten
langs bijna onbegaanbare wegen een doortocht
zoeken. De weggenomen brug vormde de
gemakkelijkste weg naar onder meer Grashoek,
Helden, de tram, school en kerk, zowel voor de
ingezetenen als voor vreemden.
Duizenden takkenbossen en stapels kienhout, welk
de bevolking graag wilde hebben, werden op last
van de directeur in brand gestoken. Sinds de
nieuwe directeur er was, werd er nagenoeg geen
onderhoud meer verricht aan de wegen, zodat de
tuinders en boeren dikwijls slechts met moeite
hun producten konden vervoeren. Ook werden
aangegane overeenkomsten door de
directeur willekeurig verbroken. In 1918 zou
tegen een vergoeding van f 55,-- vee
ingeschaard kunnen worden in de weilanden van de
maatschappij. Maar op de dag van de inscharing
moest f 20,-- per koe meer worden betaald en,
omdat inmiddels in de omgeving alle weiland
bezet was, waren de pachters wel genoodzaakt
zich bij deze afpersing neer te leggen. Voor het
maaien van een kruiwagen heide had men de keuze
tussen een boete of een proces verbaal. Bij meer
dan de helft van de woningen was geen
drinkwater, zodat men gebruik moest maken van
het slechte kanaalwater. Ook de bakkers moesten
daar gebruik van maken. Ook waren in 1918
alle zijwegen die uitkwamen op de hoofdweg,
borden geplaatst met "Verboden Toegang", zelfs
aan wegen die toegang gaven tot aan
tuinderwoningen en kerkhof toe. Op die manier
konden zowel mensen uit Helenaveen als vreemden
bekeurd worden. Bij slecht weer mocht er door
het werkvolk niet geschuild worden in loodsen en
schuren. Arbeiders die in de winterdag snoeiwerk
moesten doen, mochten tijdens de schafttijd ook
nergens naar binnen gaan om hun brood op te
eten. Van de directeur kregen ze te horen: "Ik
wil dat je hier onder de bomen blijft". Iemand
die tijdens een winterdag een metselaar een kop
koffie aanbood, werd op het kantoor ontboden om
een standje in ontvangst te nemen.
… |