Daarom kan de directeur hen ook als zijn slaven
behandelen. Over ruw optreden van den directeur
hoorden wij van alle kanten klachten. Bij
onderzoek bleek ons echter, dat veel van de
staaltjes, die men vertelde, van ouden datum
zijn en we zullen daarom laten rusten hetgeen
meer persoonlijk tegen den directeur wordt
ingebracht. Maar uit algemeen sociaal oogpunt
verdienen toestanden als bij de maatschappij
Helenaveen heerschen, te worden gesignaleerd. Na
jaren van zwijgen en dulden van de meest
ergerlijke willekeur, is men eindelijk tot het
besef gekomen van organisatie. Er zijn twee z.g.
stands-organisaties opgericht, waarna later de
vak-organisatie is gekomen, die nog van jongen
datum is. De eerste actie kwam toen de directeur
“zijn menschen” een huurcontract wilde laten
teekenen waarbij de directie of door haar
aangewezen personen het volle recht en de volle
beschikking zouden hebben over huis, vrouw en
kinderen van de arbeiders.
Volgens dat contract moesten de deuren der
woningen open zijn voor de directie te allen
tijde. Wanneer de mannen werkten in ’t veld, had
de directie volgens dat contract het recht, de
vrouwen en kinderen voor den arbeid aan te
wijzen, die zij verkoos. De vak-organisaties (de
R.K. en Christelijke) hebben zich toen zoo
krachtig tegen zulk een schandelijk contract
teweer gesteld, dat het werd ingetrokken.
Daartegenover werd echter den menschen een
reglement opgedrongen, dat ze noodgedwongen
moesten aanvaarden, en dat ruimte liet voor de
meeste willekeur. Er is geen sparake van dat in
gemeenschappelijk overleg de loonen zijn
vastgesteld –aldus vertelden mij de leiders der
organisaties- de directeur bepaald naar
willekeur de loonen, waaraan men zich te houden
heeft. Wie reclameert krijgt te hooren: “Als het
je niet bevalt, ruk je maar uit” en men beseft
wat dat beteekent voor een gezin dat er zich nu
eenmaal gevestigd heeft. Wanneer in een gezin
een dochter meer heil ziet in uit dienen gaan
dan in werken voor de maatschappij, dan wordt
met uitzetting gedreigd. De directie is niet
alleen heer en meester over lichaam en leven van
den arbeider, ook over dat van ’t geheele gezin.
Aan de beambten is de omgang met andere bewoners
van Helenaveen verboden, zelfs heeft de
directeur gedecreteerd dat ploegbazen met het
gewone volk niet mogen omgaan. Behalve dat de
loonen laag zijn –aldus vertelden mijn talrijke
zegslieden mij- veel te laag en op de meest
willekeurige wijze bepaald, zonder ’t geringste
recht van beroep, raken vooral de minst
ontwikkelden in de war door de samengestelde
calculatie. De arbeiders toch ontvangen hun
loon, maar ze betalen aan de maatschappij huur
voor hun woning en pacht van hun grond en wat ze
verschuldigd zijn wegens van de maatschappij
gekochte brandstof (turf). Nu komt het dikwijls
voor –zeggen de arbeiders- dat men al lang “aan”
is, en toch door het “kantoor” wordt
gekort van ’t loon. En al weer: reclameeren baat
niet. In 1914 werd het loon der arbeiders
plotseling verlaagd tot 8 cts. per uur, en
ofschoon de maatschappij in de oorlogsjaren
schitterende winst maakte, is er aan de arme
tobbers nooit één cent terugbetaald. Van
loonuitkeering bij ziekte, bevalling of
sterfgeval is absoluut geen sprake.
Die algeheele afhankelijkheid nu, het
dictatoriaal optreden van den directeur, heeft
de menschen naar het eenige wapen: de
organisatie, doen grijpen. Het hoofdbestuur van
den R.K. land- en tuinarbeidersbond heeft
gezorgd, dat te Helenaveen een plaatselijke
afdeeling kwam en daarnaast staat de
Christelijke bond, die eendrachtig samenwerken.
De voorzitter van de plaatselijke R.K.
organisatie, de heer Wijnen, deelde mij mede,
dat in tegenstelling met den vorige pastoor, die
steeds op de hand der directie was en den R.K.
arbeiders streng allen omgang met de
protestanten verbood, de tegenwoordige
geestelijke volkomen aan de zijde der stakers
staat en hen steunt in hun strijd.
De eischen zijn thans: in de allereerste plaats
erkenning der organisaties. Van arbeiderszijde
werd mij meegedeeld, dat de directeur wel met de
plaatselijke organisaties wil onderhandelen.
Maar men weet, wat daarvan het gevolg is. Dan
wordt elke actie den voormannen ingepeperd en
dan worden ze “gezocht”. Dan wordt
willekeurig de pacht opgeslagen, of dan mogen ze
niet meer bij-pachten, kortom, dan worden ze op
alle manieren het kind van de rekening. De
arbeiders stellen dus den eisch, dat de directie
de organisaties ten volle zal erkennen en met de
hoofdbesturen onderhandelen.
Als loon-eisch wordt o.a. gesteld voor het zware
grondwerk 40 cts. per uur, voor een kind 40 cts.,
voor geschoolde vak-arbeiders eveneens, voor
ongeschoolde 35 cts. per uur. Met den meesten
nadruk echter wees men er mij op, dat bij dit
conflict de loonkwestie niet de hoofdzaak is,
maar de opstandigheid tegen de terreur waaronder
in de twintigste eeuw de arbeiders der
Maatschappij Helenaveen leven. Nu nog. Tijdens
de staking, worden, om maar een voorbeeld te
noemen, aan de onderwijzers, die toch buiten de
staking staan, vischakten geweigerd. Overal, bij
elke zijlaan, staat het hatelijke bordje
“Verboden toegang ingevolge art. 361 W.v.S.”. De
directeur is keizer in zijn rijk.
Hij heerscht over het leven van zijn arbeiders
en hun gezinnen als in de middeleeuwen over de
hoorigen en lijfeigenen werd geheerscht. Zelfs
staat heel het gezinsleven onder zijn bemoeïng.
- Ik weet wel, zei een der voormannen mij - dat,
wanneer de directeur er op gewezen wordt dat hij
ten minste de mensen vrij moet laten in eigen
huis - het antwoord is: de menschen wonen
goedkoop (van 40 cts. tot f 1.25) en als
vertegenwoordiger der maatschappij, die
eigenares is van de woningen, heb ik toch wel
het recht toezicht op de bewoning te houden. Dat
doet men bij Philips toch ook, en aan het
Grient-veen. Maar nu moet u eens zien welk een
hemelsbreed verschil er is tusschen deze
genoemde woningen en de krotten op Helenaveen,
waaraan nooit iets wordt gedaan. Ten slotte
uitte men de grief, dat de directeur voorzitter
is van de coöperatieve tuinbouw-vereeniging en
precies de inkomsten en uitgaven zijner menschen
nagaat, en van de wetenschap tegen de menschen
gebruik maakt en ook, dat het z. g.
"Koningsfonds" een geheimzinnige zaak is.
Dat Koningsfonds is indertijd door Koning Willem
III gesticht ter bevordering van landbouw en
veeteelt op Helenaveen. Het wordt beheerd
door de aandeelhouders en geadministreerd door
den directeur. Het is bestemd om rentelooze
voorschotten te verstrekken aan hen, die
daardoor in staat kunnen worden gesteld een
bedrijf op te richten of op peil te brengen. Men
zei, dat er nooit in het openbaar rekening en
verantwoording werd gedaan en ook al weer
bevoorrechting en machtsbevestiging van
den dictator-directeur het gevolg zijn.
We hebben ook een onderhoud met den directeur
gehad, wien wij in kennis stelden van de
voornaamste grieven der arbeiders. Hij wilde ons
wel te woord staan, doch verklaarde te wachten
tot de grieven hem door de arbeiders zelve
zouden zijn bekend gemaakt. Tot nu toe had hij
daarvan nimmer iets vernomen. De loonen zijn
aldus de directeur, de heer A. Bos, gelijk aan
de algemeen betaalde in de streek.
De directeur verklaarde voorts alleen met de
plaatselijke besturen tot onderhandelen bereid
te zijn. Naar ik nog verneem is door een
vergadering van stands-organisaties aan H. M. de
Koninginmoeder , die beschermvrouwe van de
maatschappij "Helenaveen" is, een adres
gezonden, waarin gezegd wordt dat H. M's naam,
die schittert op iedere bladzijde van haar
leven, wordt misbruikt door de maatschappij
Helenaveen, als schild dat de daar heerschende
wantoestanden bedekt.”……………………...
(Uit de Telegraaf van 9 augustus 1919)… |